Schutsluizen bepalen helft voedselaanbod Waddenzee

De haven van Den Helder

Het Waddengebied is in trek bij vogels, vissen en zeezoogdieren vanwege het rijke bodemleven, zoals schelpdieren, waarmee zij zich voeden. Dit rijke bodemleven wordt vaak toegeschreven aan de groei en bloei van algen in de Waddenzee zelf. Nu blijkt dat aangevoerde voedingsstoffen uit rivieren voor een groot deel het dieet bepalen van kokkels, mossels en oesters die leven in de nabijheid van schutsluizen.

Deze bevinding, die van betekenis kan zijn voor toekomstig water- en natuurbeheer, publiceren onderzoekers van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en de Universiteit Utrecht in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE.

Het Nederlandse kustwater is rijk aan voedingsstoffen (stikstof en fosfaat), die in het voorjaar leiden tot de groei en bloei van microscopisch kleine plantjes, ook zwevende algen (fytoplankton) en bodemalgen (microfytobenthos) genoemd. Deze algen vormen het voedsel voor bodemdieren in de Waddenzee. Lang werd gedacht dat alleen deze zoutwateralgen de basis vormden voor het rijke bodemleven, maar recent onderzoek laat zien dat er een derde, belangrijke voedselbron is voor schelpdieren die leven in de nabijheid van schutsluizen: zwevende algen in zoet rivierwater.

Zoetwatervoedsel
In het onderzoek bij Balgzand, een grote wadplaat in de Westelijke Waddenzee, waar zoet water via de schutssluizen in Den Oever, het Balgzandkanaal en de haven van Den Helder wordt afgevoerd naar de Waddenzee, is aangetoond dat gemiddeld 50% van het voedsel voor kokkels, mossels en oesters afkomstig is uit het gespuide zoet water. Dat aandeel zoetwatervoedsel is afhankelijk van de afvoer van rivierwater: zomers is de bijdrage van zoutwateralgen (20-25%) en de zeebodemalgen (15-30%) relatief hoog, omdat er in de zomermaanden niet wordt gespuid, maar in de herfst bepalen zoetwateralgen voor meer dan 70% het menu van de bodemdieren.

Nu blijkt dat het voedselaanbod van de bodemdieren in de Waddenzee, die in de nabijheid leven van rivieren en schutsluizen, voor een belangrijk deel bepaald wordt door de zoetwaterafvoer, rijst de vraag of waterbeheer ook als natuurbeheer moet worden beschouwd. Onderzoeker Katja Philippart van het NIOZ en de Universiteit Utrecht: ‘Verschillende rivieren monden uit in de Waddenzee, zoals bij Balgzand, maar ook oostelijk in de Waddenzee bij de Eems, Elbe en Weser. Hoe het zoete water verdeeld wordt over deze rivieren, kan invloed hebben op de groei en ontwikkeling van bodemdieren en daarmee op het lokale voedselaanbod voor vogels en vissen.’ Als toekomstige veranderingen in neerslag leiden tot een nieuw beheer van de rivierafvoer, dan zou overwogen kunnen worden om bij de verdeling van het zoete water ook rekening te houden met eventuele gevolgen voor de Waddenzee hiervan.

Reageer als eerste op dit bericht!

Geef een reactie